Algemene informatie over de Berner Sennen rashonden
De Berner Sennenhond is een echte boerenerfhond. De hond zal ongelukkig worden in een klein bovenhuis of appartement. Het liefst heeft hij een huis met een flinke tuin waar hij lekker kan rondlopen.
Hij heeft niet heel veel lichaamsbeweging nodig, hij scharrelt gewoon graag wat rond. Het is, enkele uitzonderingen daargelaten geen sportieve hond. De Berner Sennen is een hond die heel graag buiten is. Het is ook veel beter voor zijn vacht. De hond is graag bij een baas die veel thuis is. Je doet de hond dan ook echt te kort als je de hond in een kennel houdt. DUS: alleen een Berner Sennen kopen als je een tuin hebt en tijd hebt en dus NIET kopen als je op een appartement woont en/of full time werkt!
Opvoeding van een Berner Sennen hond
Het opvoeden van een Berner Sennenhond is niet heel moeilijk, hij is niet gevoelig voor rangorde en er zijn geen dominantieproblemen te verwachten. Voornamelijk bij reuen is het belangrijk in de puberteit de puntjes op de í’ te zetten. De hond heeft weinig of zelfs geen jachtpassie en dat is wel handig als je hem mee naar het bos wilt nemen. Bij een goed baasje zal de Berner Sennen goed in de buurt blijven.
Het fokken van de Berner Sennen hond
De Berner Sennenhond kampt met een aantal erfelijke afwijkingen die de fokkers proberen te overwinnen. De belangrijkste zijn de gewrichtproblemen (heupdysplasie (HD) en elleboog dysplasie (ED). Er ligt hier een zware verantwoordelijkheid bij de goede fokkers, die door strenge selectie de problemen wellicht kunnen overwinnen. Ook de toekomstige eigenaar van de Berner Sennen heeft een taak omdat gewrichtsproblemen niet alleen te maken hebben met erfelijkheid. Zo moet een Berner Sennen goed kunnen rondlopen in huis. Let op dat je geen gladde marmeren of laminaatvloer hebt, dit vraagt om problemen bij een Berner Sennenhond omdat hij dan makkelijk wegglijdt. Ook is het belangrijk om de voeding te matigen. De Berner Sennenhond wordt snel dik.
Een tweede belangrijk probleem is de gemiddelde leeftijd. Een grote hond sterft in het algemeen sowieso op een jongere leeftijd dan een klein gezelschapshondje bijvoorbeeld. Deze laatste kunnen wel 12-15 jaar oud worden terwijl een Berner Sennen al blij is met een gezonde 10 jaar. Het gemiddelde van een Berner Sennen ligt echter rond de 7-8 jaar vanwege een agressieve kankersoort.
DUS: geen gladde vloer, ouders en grootouders HD vrij en ED vrij en vraag naar de leeftijd van de voorouders: hoe ouder die zijn geworden des te groter is de kans dat ook jouw nieuwe vriendje oud gaat worden!
De vacht van de Berner Sennenhond vraagt weinig specifieke aandacht. Het haar is niet heel snel in de klit omdat de snuit en de poten glas behaard zijn. Zorg ervoor dat u de hond eenmaal per week een borstelbeurt geeft. Dat is voldoende om uw Berner Sennen netjes te houden.
Rasbeschrijving
Hoofd: krachtig met vlakke schedel en licht aangegeven voorhoofdsgroeve, goed aangegeven, niet te sterke stop; Lippenpartij weinig ontwikkeld. Volledig schaargebit; krachtige, rechte snuit; middelgrote oren, hoog aangezet, driehoekig van vorm, in rusttoestand vlak aanliggend. De ogen donkerbruin, amandelvorig, oogleden gesloten.
Hals: krachtig, gespierd, middellang.
Romp: eerder gedrongen dan lang. Als verhouding schouderhoogte tot lichaamslengte geldt 9:10. Brede borst minstens tot de ellebogen reikend met duidelijk gevormde voorborst, krachtige lendenen, ribbenkast van rondovale dwarsdoorsnee. Rug vast en recht; lichtelijk gerond kruis.
Kleuren: diep zwarte grondkleur met effen bruinrode zogenaamde brand (tan) en wel aan de wangen, boven de ogen, aan alle vier de benen en op de borst. Witte, lichte tot middelgrote, symmetrische hoofdtekening (bles) en witte borstvlek (kruis). Zeer graag gezien doch geen voorwaarde: witte voeten, ten hoogste komend tot het middenvoetsgewricht met eveneens witte staarttip. Een kleine witte halsvlek en witte achtervlek ongewenst, niettemin toegestaan.
Beharing: lang, sluik of licht gegolfd.
Voorhand: schouder lang, krachtig en schuin, met de opperarm een stompe hoek vormend, vlak aanliggend en goed gespierd. De stand van alle kanten bekeken recht. De voormiddenvoet iets schuin geplaatst. Parallel lopend.
Achterhand: dijstreek breed, krachtig en goed gespierd. De bovenschenkel tamelijk lang en van opzij gezien schuin geplaatst ten opzichte van de onderschenkel. De spronggewrichten goed gehoekt, breed en krachtig. De stand recht, naar buiten noch naar binnen draaiend. Hubertusklauwen (wolfsklauwen) dienen tijdens de eerste levensdagen te worden verwijderd.
Staart: vol behaard, tot onder het spronggewricht doch niet tot op de grond reikend; licht zwevend gedragen.
Aangeboden door het Berner Sennen Adviescentrum voor al je vragen:
Kennel “The Barking Bunch”
Print dit artikel
Gerelateerde berichten
Tags: Berner Sennen, boerenerfhond, fokken, kennel, lichaamsbeweging, opvoeding, rasbeschrijving, rasstandaard, vacht






